De eerste resultaten van de
vlinder mee tel-acties zijn bekend en daardoor weten we nu precies welke vlinders het meeste voorkomen in onze tuinen.
In Vlaanderen is dat op de eerste plaats het klein koolwitje, gevolgd door de atalanta en op de derde plaats de dagpauwoog.
Gevolgd door de gamma-uil, het groot koolwitje, de gehakkelde aurelia, het oranje zandoogje, het boomblauwtje, het bruin zandoogje en het bont zandoogje.
In Nederland is de kleine vos het meest gemeld. De nummer 2 en 3 is dezelfde als in Vlaanderen namelijk de atalanta en de dagpauwoog.
Voor onderstaande vlinders heb ik in tegenstelling tot de vorige vlinder-berichtjes geen boek meer nodig.
En via deze
site kunnen mensen uit Vlaanderen hun gemeente invoeren en zien wat en door hoeveel mensen er geteld is.
Zo staat in onze gemeente de koniginnepage op een gedeelde vijfde plaats, de distelvlinder op een gedeelde zesde plaats, het oranje zandoogje op nummer 4, het landkaartje komt niet voor in de top 10, het klein koolwitje vanzelfsprekend op de eerste plaats en het bont zandoogje op een gedeelde vijfde plaats.






Om veel vlinders in de tuin te lokken moeten uiteraard planten gezet worden die gul zijn met nectar zoals de vlinderstruik, beemdkroon, hemelsleutel, grote kattestaart, echte valeriaan, koninginnekruid, lavendel, blauwe knoop, ijzerhard, marjolijn, kattekruid, ... .
Maar ook waardeplanten voor de rupsen zijn nodig zoals koolsoorten en andere kruisbloemigen zoals damastbloem en koolzaad, oost-indische kers, look-zonder-look, pinksterbloem, judaspenning, brandnetels, ... .
Maar er zijn nog meer voorwaarden die het voor vlinders aantrekkelijker maken om een tuin aan te doen. Vlinders houden van een zonnige plekje waar de wind niet al te veel kans krijgt en met de nodige beschutting.
Ze verkiezen een gevarieerde begroeiing met veel structuurvariatie. Met bomen, struiken, klimplanten, hagen en heggen geef je structuur aan je tuin.
Binnen enkele jaren hoop ik dan ook dat mijn heg hier een extra stimulans kan geven.
Maar de nodige overwinteringsplekjes voor eitjes, rupsen, poppen of volwassen vlinders zijn ook nodig. Ze houden zich graag op onder oude bladeren (laat die dus liggen!), in de grond (dus niet te veel omwoelen), holle bomen, klimop, schuurtjes, zolders en houtstapels.
Vorige winter ontdekte ik zelfs een vlinder in mijn
kippenhok.